Jezus in onze eigen gebrokenheid
Medebroeder Leo De Weerdt SJ is gevangenisaalmoezenier. In onderstaand tekstje van zijn hand reflecteert hij over hoe zijn  pastoraat bij de gevangenen hem de barmhartigheid langs de binnenkant heeft doen ontdekken en verdiepen. 
Barmhartigheid is een door-en-door bijbels begrip. Het woord is een letterlijke vertaling van het Latijnse misericordia. En je hoort daarin goed de twee woorden ‘hart’ en ‘miserie’: een hart hebben voor de ellendelingen, de ongelukkigen.
Maar  – en dat is essentieel – voordat we een ‘hart’ kunnen hebben voor de armen en de gekwetsten, moeten we eerst ‘oog’ leren hebben voor het arme en het ongelukkige in onszelf. De grens tussen goed en kwaad situeert zich niet aan de gevangenismuur, maar ze loopt dwars doorheen ons eigen leven en hart.
Carl Jung, de bekende psychotherapeut, verwoordt dit heel raak wanneer hij schrijft aan een gelovige vriend: “Ik bewonder je als christen, omdat als je iemand ziet die hongerig is of dorstig, je Jezus ziet; als je iemand bezoekt die ziek is of gevangen, dan bezoek je Jezus. Maar wat ik niet begrijp, is dat je Jezus niet ziet in je eigen armoede. Waarom zie je enkel de arme buiten jezelf? Je lijkt jouw eigen armoede te verloochenen. Waarom denk je het beter te hebben dan de anderen en dingen te doen voor mensen, terwijl  je zelf toch ook een gebroken mens bent? Waarom durf je Jezus niet verborgen zien in je eigen gebrokenheid?”
Met andere woorden: de gebrokenheid, het kwaad, is een stuk mens-zijn,  dat niemand van ons vreemd is.

About the Author

Krijtberg
Krijtberg
administrator