Hemelvaart

Het levensverhaal van Jezus is rond. De verrezen Heer is teruggekeerd naar Zijn Vader, die Hem gezonden had, naar ons mensen, omwille van ons heil. Ons zielenheil, dat bestaat bij de gratie Gods en bij de gratie van onze intermenselijke relaties. Dwars door de dood heen staat nu voor ons mensen weer de poort naar de hemel open, kunnen we door de dood hen met Hem en met elkaar verbonden blijven. En dat heeft vreugde, vrede en hoop in de wereld gebracht. Dat is de kern van het Goede Nieuws, van het eu-angelion, het evangelie.

God is niet alleen mens geworden voor Zijn eigen mensen in Zijn eigen tijd. Het verhaal van Jezus mag dan wel rond zijn, het is daarmee verre van afgelopen. De lezingen van vandaag hebben dat nog maar eens bevestigd. In Handelingen hoorden we van de belofte van de Geest en de wederkomst van de Christus. Ook Paulus bidt God voor de gave van de Heilige Geest voor de gemeenschap in Efeze en wijst de christenen dat ze de naam dragen van het werkelijke hoofd van de Kerk, die hij betitelt als het blijvende Lichaam van Christus in deze wereld. En de laatste zinnen van het Matteüs-evangelie beloven opnieuw de aanwezigheid van de Heer “tot aan de voleinding der wereld.”

Met Pinksteren komt de openbaring tot voltooiing, maar ook dit is geen einde, het is het begin, of misschien wel een doorstart, om een hedendaags beeld te gebruiken. Wij mensen krijgen de toekomst zelf in handen gegeven; de toekomst van het heil van de wereld en van alle mensen hier en nu en van de volgende generatie. Onze God heeft deelgenomen aan ons leven met al de pijn en vreugde, al de afgrijselijkheid en schoonheid, die daar deel van uitmaken. Het is in het leven van alledag, soms uitdagend en soms saai, soms plezierig en soms ellendig, soms met en soms zonder anderen, dat Hij met ons meetrekt. En Hij vraagt van ons, om, gesteund door Zijn Geest, er ook voor onze medemensen en onze planeet te zijn. Als christenen worden wij doodserieus genomen door onze God en wordt ons dus de volle verantwoordelijkheid gegeven om op onze eigen manier Immanuel te zijn, namelijk God-voor-onze-naaste. Dan zijn wij er klaar voor om Zijn Koninkrijk weer ietsje meer tot voltooiing te brengen, dag voor dag, stukje bij beetje, tot het moment dat ook wij onze Heer naar de hemel mogen volgen. Laten wij niet naar de hemel blijven staren, als ware dat iets ver weg, maar als iets dat zich elke dag opnieuw in ons eigen leven mag en zal afspelen.

[Afbeelding: Verrijzenis van Christus. Paneel in Jozefaltaar in de Krijtberg]

About the Author

Krijtberg
Krijtberg
administrator