Christelijke vrijheid

‘Christus heeft ons voor de vrijheid gemaakt’, horen we dit weekend. Dat klinkt verrassend aangenaam. Zo horen we het graag: God wil onze vrijheid. Waar het evangelie vaak schuurt, hier niet. We worden bevestigd in een belangrijke waarde van ons leven en van onze moderne samenleving: vrijheid.

Want dat is inderdaad een fundament van onze samenleving: je wordt niet bepaald door een ander, maar je mag het zelf zeggen. Je leeft vrij van dwang. Er is geen gedachte-politie, maar je bent vrij om te zeggen wat je wil. Er is geen vervolging van godsdienst, maar je bent vrij om te geloven wat je wil. Je bent vrij om het beroep te kiezen dat je wil; dat wordt niet bepaald door je familiegeschiedenis of door je ouders. Enzovoorts.

Of toch niet? Want als Christus het over vrijheid heeft, bedoelt Hij iets anders. Dwang komt bij Hem niet alleen van anderen, maar vooral van allerlei dingen waar we aan gehecht zijn: geld en goed, onze reputatie, onze emoties en driften, etc. Vrijheid is dan: je bent vrij van al die invloeden en staat daardoor open voor God en voor het goede. Vrijheid betekent dan, dat alles relatief is, zelfs je eigen mening; daardoor ben je vrij om het goede te zien en te doen.

In deze visie is de ware vrijheid niet zelfbeschikking, maar ruimte geven aan het goede en aan God. De groet waarmee Ignatius van Loyola meestal zijn brieven afsloot is een gebed om die vrijheid: “Moge de goddelijke goedheid ons geven om steeds meer zijn wil aan te voelen en daarnaar te leven.” Dat is de ware christelijke vrijheid.

Jos Moons SJ

About the Author

Krijtberg
Krijtberg
administrator