4e zondag Advent

Ze zeggen dat de Advent een tijd van verwachting is, uitzien naar degene die komt. Maar wie is dat dan, of wat is dat dan? Wie of wat verwachten wij eigenlijk? Achaz, de koning van het oude Israël, die we in de schriftlezing ontmoeten, verwachtte niets dan ellende. Hij is bang, omdat de naburige volkeren tegen hem en zijn volk oprukken. Hij hoopt dat hij ze te slim af kan zijn door te heulen met hun vijand. Hij verwachtte zeker niet “een maagd, die een zoon zou baren die zou heten: ‘God met ons’.”
En Jozef, de tegenpool van Achaz, wat verwachtte hij? Een gelukkig leven met Maria, zijn verloofde. Hij zat er niet op te wachten dat een engel hem in zijn droom zou vertellen dat zijn Maria zo een maagd zou zijn, aan wie hij de naam Jezus moest geven, wat betekent: ‘God redt’ .
Waar zitten wij op de wachten in deze Advent? Op ‘n engel die ons in onze droom zal vertellen wat ons te doen staat? Op een kind dat 2000 jaar geleden geboren is in een stal in Bethlehem? Dat zijn verwachtingen die ons niet echt zullen raken noch verder helpen.
Ons geloof zegt ons dat God aan het werk is vanaf de schepping tot op de dag van vandaag. Alle generaties hebben verwacht dat werken van God te zien. Niet altijd hebben ze het herkend of vertrouwd, zoals Achaz. Soms hebben ze Gods werken aanvaard en er naar best vermogen aan meegewerkt, zoals Maria en Jozef.
Als wij advent vieren dan is dat een oproep om ons open te stellen voor Gods werken in ons leven. Dat we het mogen herkennen, in welke vorm het ook op ons toe komt. En dat we de moed hebben ons aan Gods werken toe te vertrouwen.

Gregory Brenninkmeijer SJ

 

About the Author

Krijtberg
Krijtberg
administrator