3e zondag door het jaar

De evangelielezing van deze derde zondag door het jaar (Matteüs 4,12-23) vertelt ons het verhaal van de roeping van de eerste leerlingen. Het stelt de vraag wat roeping eigenlijk betekent. En dus ook de vraag van onze eigen roeping. Petrus Canisius (1521-1597), de eerste Nederlandse jezuïet, geeft een aangrijpend getuigend antwoord op deze vragen in onderstaand gedicht.

 

GEROEPEN

Gij, Heer, licht van eeuwig licht,

laat mij U mogen zien, oog in oog.
Laat mij ontdekken, wat de zin is van mijn roeping.

Leer mij, waartoe ik geroepen ben.
Help mij met uw genade en genegenheid,

opdat ik mij met hart en ziel kan inzetten

voor het geluk en de heelheid van mijzelf

en mijn medemensen.

Geef mij kracht, Heer, en richt mij op,

opdat ik mij volledig wijden kan aan wat vóór mij ligt,

want ik wil U volgen van zo nabij mogelijk.
Hoezeer zou ik willen dat mijn hart bezit was van U alleen,

die mijn rust, mijn leven en mijn redding zijt.
U alleen wil ik zoeken, U alleen liefhebben,

met U innig verbonden zijn.

Wat zou ik buiten U verlangen?
Wat heeft alles voor zin als U er niet bent,

die als enige mijn ziel volkomen vervullen kunt?
Gij, licht van mij, roem van mij,

wanneer zal ik U mogen zien?
Gij, mijn vrede, mijn rust,

wanneer zal ik bij U zijn?
Gij, mijn troost, mijn hoop, mijn zekerheid,

wanneer zal ik ontbonden worden

en vrij U tegemoet vliegen om met de heiligen
U ten volle te kennen, lief te hebben en te prijzen?

Heer Jezus, ontferm U over mij.
Mijn schat, mijn alles,

met heel mijn ziel vertrouw ik op U.

Petrus Canisius sj

 

About the Author

Krijtberg
Krijtberg
administrator