5e zondag door het jaar
Licht+zout

Vorige week zondag hebben we Matteüs de samenvatting van de Blijde Boodschap horen geven: de zaligsprekingen. Het grote gebod – houden van God en van de naaste zoals van jezelf – wordt door Jezus in kernachtige zinnen praktisch vertaalt. En Hij verbindt daar ook meteen een waarde-oordeel aan: ‘als je zo handelt, ben je goed bezig’, d.w.z. zoals God het van ons vraagt. Jezus komt daar later nog een keer op terug, wanneer Hij spreekt over het Laatste Oordeel en over de werken van barmhartigheid (Matteüs 25:31-46).

Toen Hij al zijn leerlingen toch bij elkaar had op de berg en waarschijnlijk hun wenkbrauwen vragend omhoog zag gaan bij het aanhoren van die zaligsprekingen, heeft Hij van de gelegenheid gebruik gemaakt om het verhaal verder uit te pakken en uit te leggen, de Bergrede. En Hij begint met een beeld van twee belangrijke dingen uit de dagelijkse leven van de mensen: zout en licht.

In onze samenleving kunnen wij ons vandaag de dag waarschijnlijk niet voorstellen hoe essentieel deze zaken waren voor de mensen toen. In een tijd zonder elektriciteit en straatverlichting was licht buiten de daguren geen vanzelfsprekendheid. Olie of brandhout zijn ook geen zaken die simpelweg onder de knop zitten; daar moet je voor op pad, dat kost tijd en geld. Bovendien is een vlam een kwetsbare (en gevaarlijke!) lichtbron, tegelijk zegen en gevaar. Zonder koelkasten, diepvriezer en vacuümverpakkingen is ook het bewaren van voedsel niet gemakkelijk, voedsel dat ook al niet zo uitbundig voorradig en goedkoop was als in onze supermarkten nu. Naast smaakmaker was zout vooral ook een bewaarmiddel en ook dit moest meestal van ver komen en dus niet goedkoop.

Jezus vergelijkt zijn leerlingen, de getuigen van zijn Blijde Boodschap, dus met essentiële en kostbare grondstoffen, die de kwaliteit van het leven sterk bepaalden. Hij vraagt hen niet alleen zorgvuldig om te gaan met wat hun door de Vader aan talenten en opdracht gegeven is, maar ook om de boodschapper, die getuige, d.w.z. zijzelf, heel serieus te nemen. ‘Ga niet te lichtvaardig of te makkelijk om met wie je bent’, lijkt Hij te zeggen. Elk mens is licht van de wereld en zout der aarde. Iedereen heeft iets toe te voegen aan deze wereld. Zonder elk van ons zou de wereld een minder goede plek zijn om te wonen. Punt. En zeker voor christenen, die die Christus zo intiem kennen en mogen ontmoeten – vooral ook in de sacramenten – geldt dat ze zich niet hoeven af te vragen wat de goede werken zijn waarvan de Heer spreekt. Onszelf daarvoor inzetten en ons uitspreken tegen onrecht en geweld is helaas ook in onze tijd, waarin licht en zout zo goedkoop lijken, geen overbodige luxe.

 

About the Author

Krijtberg
Krijtberg
administrator